Producten » Toepassing oplossingen » Koel- en vriesruimten
Meer informatie
Contact

Koel- en vriesruimten 

Koelruimten tot -10°C
De standaard BT productspecificatie is zonder specifieke bescherming geschikt voor opslagruimten tot -10°C. Wel kan zich condensvorming voordoen bij het binnen- en buitenrijden. Vandaar dat de truck altijd buiten de koelruimte moet geparkeerd worden wanneer niet in gebruik, voor het laden van de accu en voor onderhoud.

In- en uitrijden van koelruimten tot -30°C
(tijdens de volledige werkcyclus)
Dit is van toepassing op trucks die nagenoeg bij elke werkcyclus in en uit de koelruimte rijdt. De gemiddelde temperatuur van het truckoppervlak ligt onder het vriespunt en er zal zich onvermijdelijk condens vormen op de truck. In deze “natte” toestand mag de truck niet langer dan 10 minuten stilstaan in de koelruimte en niet voor lange periodes in de koelruimte werken. Het criterium is dat de condens op geen enkele moment mag aanvriezen op de truck. Wanneer niet in gebruik tijdens pauzes, onderhoud of laadproces moet de truck buiten de koelruimte geparkeerd worden. Voor het gebruik van vorkheftrucks in dit soort toepassingen bedraagt de temperatuurslimiet -20°C.

In- en uitrijden van koelruimten tot -30°C
(opgedeelde werkcyclus)
Dit is van toepassing op trucks die de helft van de werkcyclus onafgebroken in de koelruimte werken en de andere helft van de werkcyclus buiten de koelruimte bij een normale omgevingstemperatuur. De truck moet volledig droog zijn voor de aanvang van het onafgebroken verblijf in de koelruimte en moet in de koelruimte geparkeerd worden tijdens een pauze tijdens dit deel van de werkcyclus. De viscositeit van de olie voor dit soort toepassingen met aanzienlijke temperatuursverschillen zal gepaard gaan met een verminderde prestatie van de truck tijdens de periode in de koelruimte. Bij het verlaten van de koelruimte om het werk bij een normale omgevingstemperatuur aan te vangen, zal er zich condens vormen op de truck, waardoor een verder verblijf in de koelruimte pas opnieuw mogelijk is nadat hij volledig droog is. Het laadproces en onderhoud moet uitgevoerd worden bij normale omgevingstemperaturen boven het vriespunt en de truck moet volledig droog zijn alvorens opnieuw ingezet te worden in de koelruimte. Indien nodig kunnen warmeluchtblazers worden ingezet in de laad/onderhoudsruimte om het drogen te versnellen.

Permanent in koelruimte -30°C
Dit is van toepassing op trucks die onafgebroken in de koelruimte werken en de koelruimte tijdens de volledige duur van de shift niet verlaten.

Tijdens pauzes moet de truck in de koelruimte geparkeerd worden. Het enige moment dat de truck de koelruimte verlaat is voor het laadproces en onderhoud. De truck moet daarna volledig droog zijn alvorens opnieuw ingezet te worden in de koelruimte. Indien nodig kunnen warmeluchtblazers worden ingezet in de laad/onderhoudsruimte om het drogen te versnellen. Als alternatief voor het buitenrijden van de truck uit de koelruimte voor het laadproces, bevelen wij aan dat de truck in de koelruimte blijft staan en dat de accu wordt verwijderd voor een laadproces bij normale omgevingstemperaturen boven het vriespunt. Zodoende wordt voorkomen dat er zich condens vormt op de truck en blijft hij klaar om het werk onmiddellijk te hervatten bij het begin van een nieuwe shift. Indien de truck is voorzien van een cabine en hij in de koelruimte wordt achtergelaten terwijl de accu is verwijderd om buiten geladen te worden, dan dient de truck te worden aangesloten op een statische voeding om in de cabine een minimumtemperatuur te behouden. Dit draagt bij tot het comfort van de operator en vermindert de belasting van de accu bij het begin van de volgende shift.

Van toepassing voor alle categorieën
De accu mag nooit gedurende lange periodes ongebruikt in de koelruimte worden achtergelaten. Er moet vermeden worden dat condensatie vastvriest op de rijbaan.